Anti-decubitus kussens

Decubitus (doorliggen) is een beschadiging van de huid en/of het weefsel onder de huid. Decubitus ontstaat door aanhoudende druk op de huid of door druk in combinatie met schuifkrachten. 

Decubitus ontstaat meestal op de plaats van een uitstekend bot. Risicoplaatsen zijn de stuit, zitknobbels, hielen, ellebogen, schouders, heupen of het achterhoofd.

Er is meer kans op het ontstaan van decubitus als u:

  • minder mobiel bent waardoor u niet regelmatig van houding kunt veranderen (bijvoorbeeld wanneer u bedlegerig bent of rolstoelgebonden)
  • onvoldoende eet of drinkt
  • stoornissen heeft aan de gevoelszintuigen
  • stoornissen heeft in de doorbloeding
  • een vochtige huid heeft (bijvoorbeeld door incontinentie)

Hoe ontstaat decubitus?

Decubitus (doorliggen) ontstaat door langdurige druk op één plaats. Door deze druk worden bloedvaten afgeklemd waardoor er onvoldoende zuurstof en voedingsstoffen bij de huid en het weefsel onder de huid kunnen komen. Daardoor kunnen afvalstoffen niet goed afgevoerd worden en ontstaat een beschadiging van het weefsel.

Hoe kunt u doorliggen voorkomen en behandelen?

U kunt zelf de volgende maatregelen nemen om decubitus te voorkomen. Als u dit niet zelf kunt, kunnen deze worden overgenomen door een familielid of mantelzorger of door een zorgverlener.

Huidverzorging

  • controleer regelmatig of de huid rood is. Controleer bij roodheid of deze wegdrukbaar is.
  • controleer, wanneer u een getinte huid heeft, de huid regelmatig op lokale warmte van de huid; bij een getinte huid is roodheid vaker moeilijk te zien, verschil in warmte kan duiden op het ontstaan van decubitus.
  • controleer of risicoplaatsen pijnlijk zijn.
  • zorg dat de huid niet vochtig is, gebruik, in overleg met een deskundige, eventueel een barrièremiddel zoals een barrièrespray om de huid te beschermen tegen de inwerking van vocht van bijvoorbeeld zweten of incontinentie.

Voeding en vocht

  • zorg er voor dat u voldoende eet en drinkt. Drink ongeveer 1,5 liter per dag.
  • schakel uw (huis)arts of een andere betrokken zorgverlener in als u moeite heeft met eten en/of drinken. Zie ook het aanbod hulpmiddelen om te eten, die je hierbij kunnen helpen.

Houdingsverandering

In bed:

  • wissel in bed regelmatig van houding (linker zij, rug/buik, rechterzij, rug/buik etc.).
  • ga bij zijligging in een houding van 30 graden liggen.
  • voorkom als u zit in bed dat u onderuitzakt. Doe daarom altijd het voeteneinde omhoog.
  • beperk het zitten in bed om de druk op de stuit en de zitknobbels te verminderen.
  • ga, als dit mogelijk is, nooit op een lichaamsdeel liggen dat nog rood is omdat u er eerder op gelegen heeft of waar een doorligplek aanwezig is.

In de (rol)stoel:

  • zorg voor een goede zithouding waarbij uw bovenbenen volledig worden ondersteund door de zitting en de voeten steunen op de vloer of de voetsteun. Gebruik eventueel een voetenbankje.
  • zorg er voor dat uw zitvlak in ieder geval elk uur even, een paar minuten, los komt van de zitting bijvoorbeeld door naar voren en/of opzij te buigen.

Hulpmiddelen:

  • u kunt in overleg met uw (huis)arts beoordelen of u een speciale matras nodig heeft dat de druk kan verminderen.
  • zorg er voor dat uw hielen vrij liggen door een kussen onder uw onderbenen te leggen zodat uw hielen 'zweven'. Let er op dat de knieën licht gebogen zijn.
  • zorg er voor dat de onderlaag waar u op ligt glad is zonder kreukels. Gebruik indien nodig onderleggers in bed zoals bijv. matjes of onderleggers voor de opvang van incontinentie
  • gebruik als u langdurig in een (rol)stoel zit een speciaal kussen dat de druk op de stuit en de zitknobbels kan verminderen.